Ontwikkelingsstadia, opvoeden en trainen

Leeftijd 0-2 weken

Tijdens deze korte fase wordt de meeste tijd slapend en drinkend doorgebracht. De puppy kan kruipen en zoekt, als het koud is, de warmte van de nestgenootjes of van zijn moeder. De moeder moet de urine en de ontlasting op gang brengen. Dit doet zij door bij hem het gedeelte rond de genitaliën te likken . Als het diertje 10-14 dagen oud is gaan de oogjes open, maar de eerste paar weken ziet het nog niet veel.

Leeftijd 2-3 weken

De melktandjes komen door. De puppy leert lopen en vloeistoffen oplikken. Tegen het einden van de derde week gaan de oortjes open en begint de reukzin te werken. De puppy leert nu zonder hulp te plassen en een hoopje te doen.

Leeftijd 3-12 weken

Dit is een beslissende periode. Wil de hond zich tot een geslaagd huisdier ontwikkelen, dan is het van doorslaggevend belang dat hij gedurende deze tijd de juiste ervaringen met mensen, andere honden en de omgeving opdoet.

Uw hondje moet met een grote verscheidenheid van situaties en omgevingen kennismaken en er ook plezier in hebben. Het zal beginnen de leden van zijn gezin te beoordelen om hun positie in de rangorde vast te stellen en te zien waar hijzelf binnen de nieuwe familie thuishoort. Het is belangrijk dat hem in dit stadium precies duidelijk wordt gemaakt welke plaats hij binnen die rangorde heeft. Spelen is heel belangrijk en hij zal moeten leren om mensenspelletjes te spelen en daarbij niet steeds te bijten.

Jeugdperiode: 3-6 maanden

De pup is nog steeds afhankelijk van zijn baas. In de vroege fase van deze periode willen de meeste graag aardig worden gevonden en zullen ze alles doen waarvan de zij denken dat de baas wil. Tijdens deze periode zoeken ze steeds uit hoe de rangorde binnen het gezin is en proberen ze hun eigen plaats hierin te vinden. De jonge hond wordt zich steeds meer bewust van zijn omgeving. Hij begint voor zijn onderzoekingen verder te gaan, maar blijft nog steeds binnen de geborgenheid die de baas of bekend gebied biedt. Knagen en alles met de bek onderzoeken helpen bij het wisselen van de tanden en het verkennen van de omgeving.

De puppy begint beter te leren en zich te concentreren; daarom moet er nu worden begonnen met de training en het aanleren van goede manieren. De wens om het iemand naar de zin te maken dient te volle te worden benut, want later, als de pup zich onafhankelijker opstelt, wordt het opvoeden moeilijker. Spelletjes mogen nu wat minder simpel zijn en kunnen als beloning na de training fungeren. In deze periode moet u hem goed aan zijn verstand brengen dat mensen hoger in rang zijn dan hij. Dit moet op een zachtaardige manier, maar heel vastberaden gebeuren. Uw puppy moet in verschillende omgevingen ervaring opdoen. Terwijl hij leert omgaan met nieuwe situaties moet zijn socialisatie doorgaan en verder worden ontwikkeld.  

Informatie is uit: Toepoels  puppywijzer 

 

Wat je niet moet doen met je hond